► het
verhaal...
De keizerpinguïn lijkt meer op een dolfijn dan op de vogel die hij eigenlijk is. Als een torpedo glijdt hij door het water en over het ijs. Hij heeft het stappen verleerd. Toch wordt deze onhandige wandelaar gedwongen om zijn poten te gebruiken. Elke winter vertrekken duizenden keizerpinguïns op een ongelooflijke tocht doorheen de meest onherbergzame streek op aarde: Antarctica. Waarom verlaten ze het veilige en vertrouwde water en wagen ze zich aan zo'n moeilijke expeditie? Omdat het levensnoodzakelijk is?
► de
muziek...
We hebben het hier over de Amerikaanse versie. In de franse, originele versie hebben ze namelijk een andere componist de muziek laten schrijven. Hoe dat wordt uitgespeeld in het delen van de ‘eer’ bij het krijgen van de Oscar vorige maand, das nog maar de vraag. Hoe dan ook, de meer ervaren Alex Wurman mocht voor de VS-documentaire over pinguïns zijn beste beentje voorzetten en dat lukte hem vrij aardig.
Op documentaire gebied kennen we natuurlijk niet zo héél erg veel voorbeelden. Bruno Coulais houdt er gewoonlijk een erg primitieve, soms ontoegankelijke stijl op na, maar voor Wurman mocht er best wat melodie in. De track “The March” maakt dit alvast duidelijk door een bijzonder fris orkest te laten horen, met snelle strijkers en een pittige begeleiding op de achtergrond. In het orkest zit er ook een instrument met de kleuren van de pinguïn en ook dat instrument -de piano- komt regelmatig aan bod. Een klein probleem bij het luisteren naar de score is wel dat het allemaal wat los van elkaar hangt. Er zit praktisch geen lijn in, behalve het terugkomen van bepaalde instrumenten, en dat maakt dat je eerder naar 12 afzonderlijke tracks zit te luisteren dan naar een samenhangend verhaal.
Wurman heeft een rustige, brave score gemaakt. Een remake, want hoe universeel muziek ook is, blijkbaar is was een franse componist niet goed genoeg voor de Amerikanen. |